Hoe vind ik een investeerder die bij me past?

Onlangs was in het FD een artikel te lezen met de kop “‘Wie te veel geld vraagt, is niet realistisch” en “‘Wie te veel vraagt, verliest meteen het vertrouwen van de investeerder’’. Startende ondernemers stellen zich elke dag weer die ene vraag: Hoe sla ik een investeerder aan de haak? Het antwoord blijft lastig. Er is wel veel geld beschikbaar, maar de meeste investeerders blijven kritisch en investeren om rendement te maken. Want er mag dan voldoende kapitaal zijn en een groeiend aantal strategische kopers, het aanbod aan geldzoekers groeit nog altijd harder. Het is hip om een start-up te zijn, de concurrentie is moordend en iedereen vecht om dezelfde centen. Probeer in zo’n landschap nog maar eens iets bijzonders te brengen, iets waarvan investeerders blij worden. Waar ondernemers enerzijds van mening zijn dat investeerders hun nek niet durven uit te steken, zo hebben investeerders het anderzijds vaak over hobbyisme en zelfs amateurisme bij ondernemers. Het FD sprak met succesvolle ondernemers én investeerders, en kwam op vijf tips voor de geldzoeker.

 

  1. Gezamenlijke kennis doet wonderen

Een warme introductie van een gezamenlijke kennis doet wonderen. Ga daar naar op zoek. Voor een investeerder is dit vaak een eerste filter. Bereid je dus voor, is het devies. Waar en via wie wil je binnen komen?

 

  1. Schep niet te hoge verwachtingen

Wie te hoog inzet, komt zichzelf later tegen. Zodra de verwachtingen niet kunnen worden waargemaakt en aandeelhouders ontevreden zijn, dan begint de ellende. Dus wees eerlijk over alle informatie die je verstrekt. Bovendien komt de investeerder er toch wel achter. En ken je cijfers, je data. Zorg dat je kunt aantonen dat klanten op je zitten te wachten. Ook als je nog geen klanten hebt, kun je al aantonen of ze fan gaan worden.

 

  1. Beperk het aantal aandeelhouders

Start-ups geven in de vroege fase vaak te veel van hun bedrijf weg. Op het moment dat de zoektocht naar serieus groeigeld start, is er te weinig over om iedereen tevreden te houden. Denk goed na over wie je aan boord laat en in welke fase. Vraag je als ondernemer altijd af: is het echt nodig om die xx% te verkopen?

 

  1. Ga Europa in

Zonder internationale focus is het lastig een investeerder te vinden. De Nederlandse thuismarkt is net groot genoeg om een comfortabele business op te bouwen. Maar voor echte schaal moet je Europa of de wereld in. Zorg dat internationale focus vanaf de start in je dna zit. Anders ben je per definitie niet interessant voor vervolgfinanciering.

 

  1. Zorg voor bijzondere types in je team

Investeerders zijn over het algemeen niet erg enthousiast over het niveau van de bedrijven die ze spreken. ‘Het is allemaal heel gemiddeld, gewoon niet goed genoeg’, is een vaak gehoorde kreet. Een goed team zou uit bijzondere mensen moeten bestaan. Slim, niet te saai, niet grijs en niet te koppig. Een succesvolle start-up managen is moeilijker dan een multinational.

 

Bent u op zoek naar een externe investeerder om uw groei ambities waar te maken, neemt u dan gerust contact met ons op voor ondersteuning in dit complexe traject van vraag en aanbod.

Nu.nl kopt: Ondernemers willen in 2016 aan de slag met hun strategie

In het Nu.nl bericht staat: “76 procent geeft aan hiermee aan de slag te willen in het nieuwe jaar. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureaus Synpact en Markteffect onder 1.300 ondernemers. Om het businessmodel te vernieuwen willen de ondernemers vooral aan de slag met het ontwikkelen van een duidelijke strategie (45 procent), innoveren van producten en diensten (34 procent) en het verbeteren van het team (33 procent). Ook het verbeteren van sales en marketing en inspelen op nieuwe technologie staan op het wensenlijstje. 74 procent van de ondernemers zegt internettechnologie te willen omarmen om producten en diensten te vernieuwen”.

Goed te merken dat de focus weer ligt op vernieuwing en groei in plaats van overleven. Er is of komt weer lucht om met de middellange termijn bezig te zijn, in plaats met hoe overleef ik het einde van de maand als de salarissen betaald moeten worden. De diepte en lengte van de recessie heeft veel ondernemers ook doen beseffen dat er absoluut noodzaak is de business modellen en de verdien modellen aan te passen aan de razendsnelle technologische ontwikkelingen en veranderingen in behoefte en vraag van de klanten. Dat wat vandaag ‘sustainable’ lijkt kan morgen achterhaald zijn.

Wij als organisatie met passie voor ondernemende mensen geloven in delen en verbinden van kennis, mens en netwerk. Met die reden hebben wij het Kijk op waarde model ontwikkeld. Een ogenschijnlijk simpel en visueel toegankelijk model dat als basis dient voor een gesprek. In dit gesprek krijgt de ondernemer inzicht aan welke knoppen hij/zij kan draaien om meer financiële waarde met het bedrijf te realiseren. Met dit inzicht ondersteunen wij de ondernemer bij het bepalen van de strategie en het focussen op die zaken die bijdragen aan een optimale waarde creatie.

Ik kijk uit naar een constructief gesprek met u over uw strategie en waarde creatie.

Els van der Werf

Bedrijfsadviseur DHW Corporate Finance

Nederlandse economie groeit verder in 2016

De groei van de Nederlandse economie in 2015 zet door in 2016 en zal ook in alle bedrijfssectoren van toepassing zijn. Dit blijkt uit het rapport “Ondernemen 2016” van ING Economisch Bureau, waarin de verwachtingen van 60 sectoren staan. De bouw en zakelijke dienstverlening zullen naar verwachting de sterkst groeiende sectoren zijn met 4%. De detailhandel en horeca groeien met 2% door de toenemende koopkracht. De industrie groeit met 1% beperkt, met name door de zwakke omstandigheden van de opkomende economieën.

Binnen de sector van de zakelijke dienstverlening profiteert vooral de uitzendbranche. Echter klimmen schoonmaak en beveiliging ook verder uit het dal. Binnen de digitale technologiesector gaat de opmars van cloud-diensten verder. Softwareontwikkelaars profiteren in 2016, naast groei van de cloud, van de verdere behoefte aan automatisering en digitalisering in andere sectoren

In de detailhandel groeien in 2016 zowel de food als non-food. Het blijkt echter lastig een versnelling hoger te schakelen. Consumenten zijn ondanks het hoge consumentenvertrouwen nog wel kritisch bij hun uitgaven. Volume gaat voor retailers vaak nog boven de prijs, waardoor de druk op marges in veel deelbranches aanwezig blijft. Supermarkten blijven de stabiele factor, maar weten qua groei nauwelijks te versnellen. Restaurants weten veel sneller te groeien. Wat vaker of wat luxer uit eten in een restaurant lijkt de voorkeur te genieten boven een boodschappen kar gevuld met luxere en duurdere artikelen.

De stijgende lijn die de Nederlandse industrie tot medio 2015 te pakken had, is in de tweede helft van het jaar gekeerd. Oorzaak is met name de groeivertraging in China en die van de Duitse industrie. Positief in 2016 is het verwachte verdere economisch herstel in Nederland en de eurozone. Buiten Europa zorgen onder meer de economische krimp in Rusland en Brazilië blijvend voor druk. De productiegroei van de industrie over heel 2016 komt al met al naar verwachting uit op 1%.

Wat is de waarde van mijn onderneming?

Vanuit onze waarderingspraktijk komen wij regelmatig in aanraking met ondernemers die graag willen weten wat de waarde van hun onderneming is. Voor veel ondernemers vormt de waarde van het bedrijf (al dan niet in combinatie met onroerend goed in eigen beheer) het pensioen dan wel vormt dit zekerheid van het kunnen continueren van de huidige levensstijl. Menig ondernemer zal zich op een gegeven moment afvragen wat de jarenlange inzet nu heeft opgeleverd? Vaak wordt deze vraag in de praktijk op een te laat tijdstip gesteld.

Om tot een juiste waarde te komen is het van belang om allereerst te weten vanuit welk perspectief de waardering dient plaats te vinden. Oftewel door welke bril moet de waardeerder kijken. Waarde is immers per subject verschillend. Een koper ziet veelal meer risico’s en onzekerheden dan de verkoper kan vermoeden. Hogere risico’s leiden tot een lagere waarde. Vervolgens zal, mede gebaseerd op het verleden als vergelijking, moeten worden bepaald welke geldstromen de onderneming in de toekomst zal genereren.

Ondernemers die hun onderneming wensen te verkopen, doen er verstandig aan altijd eerst door een onafhankelijke register valuator een waardering te laten uitvoeren. In samenspraak met deze waardeerder kan bij aanvang van het verkoopproces reeds worden bepaald of de verkoop van de onderneming voor de ondernemer wel het beoogde voordeel gaat opleveren. Veel ondernemers zijn best bereid tot verkoop, indien zij de juiste prijs kunnen realiseren. Echter, de prijs volgt uit een onderhandelingsproces, waarbij de subjectieve waardes van zowel de verkoper als de koper het vertrekpunt zullen zijn. Het kan dus een prima overweging zijn om op basis van het waarderingsrapport de verkoop van de onderneming uit te stellen.

Vervolgens kan de ondernemer aan de hand van de veronderstellingen en uitgangspunten in het waarderingsrapport aan ‘de juiste knoppen’ in het bedrijf draaien. Een belangrijke ‘knop’ in het mkb is de afhankelijkheid van de ondernemer in de onderneming. Indien de ondernemer durft te investeren in het minder tot vrijwel geheel onafhankelijk maken van zijn rol, neemt de waarde van een onderneming toe. De waarde van een onderneming wordt nu eenmaal verdiend in de toekomst en hoe minder er risico’s en onzekerheden er zijn in de toekomst, des te hoger zal de waarde bij verkoop zijn.

Vaak zien we dat de waarde van een onderneming door de koper lager wordt ingeschat dan de verkoper. De koper heeft een informatie- of kennisachterstand ten aanzien van de interne en externe omgeving van een onderneming waardoor de algemene en specifieke risico’s hoger worden ingeschat, hetgeen kan leiden tot een lagere waardering. Deze waardebepaling vormt echter wel het uitgangspunt voor de onderhandelingen.

Bent u benieuwd naar de waarde van uw onderneming en op welke wijze u deze kunt optimaliseren? Maak dan een vrijblijvende afspraak met één van onze adviseurs Corporate Finance.

Zorgplicht van een bank, wat is dat nou eigenlijk?

Een opdrachtnemer moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Deze verplichting heet zorgplicht. Bij de beoordeling hiervan wordt gekeken of de opdrachtnemer in kwestie heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. Als een opdrachtnemer zijn zorgplicht heeft geschonden is hij aansprakelijk voor schade die de opdrachtgever daardoor heeft geleden.

Banken en financiële dienstverleners hebben ook een zorgplicht ten opzichte van hun klanten. Dit is wettelijk vastgelegd en betekent dat zij eerst moeten nagaan of een ondernemer in staat is aan de verplichtingen te voldoen voordat er daadwerkelijk een financiering verstrekt wordt. Banken zijn verplicht goed voor je te zorgen. Dat houdt in dat zij je niet te veel geld mogen lenen en ze je een product moeten adviseren dat goed bij je past. Dit wordt de zorgplicht genoemd. De regels die hiervoor gelden zijn vastgelegd in de Wet Financieel Toezicht (de WFT).

In de WFT zijn regels vastgelegd die ervoor zorgen dat je nooit te veel geld kunt lenen. De zorgplicht verplicht banken om voldoende informatie van de klant in te winnen om hem of haar passend te kunnen adviseren. Bij een financiering zal de bank daarom streng kijken naar de jaarcijfers, de toekomstverwachtingen en de huidige betalingsverplichtingen. Banken maken op basis van klantgegevens zoals financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid een klantprofiel. In tegenstelling tot particulieren kan het risicoprofiel dat banken toekennen aan jouw onderneming verschillen per bank. Het product dat de financiële dienstverlener je vervolgens adviseert, moet op dit klantprofiel aansluiten. Dit geldt dus ook voor ondernemers.

Daarnaast zijn banken verplicht om de klant voldoende te informeren zodat de klant een weloverwogen keuze kan maken om een product of dienst af te nemen. Bij complexere producten en diensten zoals beleggings- en hypotheekproducten geldt een zwaardere verplichting. De bank zal de klant moeten informeren over de omvang van de risico’s die verbonden zijn aan een bepaalde product of dienst. Naast deze informatieplicht geldt ook een motiveringsplicht. Banken moeten kunnen motiveren waarom zij de klant een bepaald advies hebben gegeven.

Het advies kan in deze gegeven worden om zelf maar eens na te gaan of de bank bij de financieringen die in het verleden aan u verstrekt zijn zich aan voormelde zorgplicht heeft gehouden. Zo niet, dan zijn er wellicht (juridische) mogelijkheden om de financieringsverplichtingen aan te (laten) passen, ja zelfs mogelijk te beëindigen.

Het waarderen van een Start-up

Onlangs was in het FD een artikel te lezen met als titel “Het regent opeens eenhoorns”. Met eenhoorns werden dan een haast mythisch nieuw bedrijfsras bedoeld van piepjonge bedrijven, start-ups eigenlijk nog zonder enig noemenswaardig track-record, met toch al een waarde in de boeken van meer dan een miljard. Dergelijke eenhoorns behalen deze felbegeerde status vaak door een relatief klein aandelenpakket voor veel geld te verkopen aan private investeerders, waardoor de virtuele waarde van het bedrijf uitstijgt tot enorme hoogte.

Een voorbeeld is maaltijddozenbedrijf HelloFresh. Dit verlieslatende bedrijf werd na zijn laatste kapitaalronde van € 75 mln gewaardeerd op € 2,6 mrd, meer dan 37 keer de jaaromzet van 2014. Een hype of niet, het lijkt een gegeven dat deze eenhoorns met behulp van vernuftige technologie steeds vaker bestaande bedrijfsmodellen op hun kop zetten, meestal door bestaande beroepsgroepen, informatiedragers of tussenpersonen overbodig te maken. Apple’s muziekplatform iTunes en online video aanbieder Netflix hebben bewezen dat zulke vernieuwingen tot aardverschuivingen kunnen leiden in miljardensectoren.

Wanneer een start-up op zoek is naar financiering, is het handig om als ondernemer een idee te hebben van de waarde van de start-up. Welk percentage van de aandelen van de start-up verkoop je voor hoeveel aan de investeerder? Een veel gebruikte methode om een onderneming te waarderen is de zogenaamde Discounted Cash Flow-methode (DCF). Deze methode prognosticeert toekomstige cashflows die de onderneming in de komende jaren verwacht te gaan maken. Simpel gesteld kan door het risicoprofiel van deze kasstromen te bepalen en deze kasstromen vervolgens te corrigeren (verdis­conteren) voor het aanwezige risico, de waarde van het bedrijf worden bepaald.

Voor een start-up kan deze methode een aantal complicaties opleveren. Vaak zijn er geen representatieve historische cijfers beschikbaar en geeft de huidige prestatie van de startup geen realistisch beeld om toekomstige prognoses op te stellen. Er bestaan te veel onzekerheden en er zijn te veel verschillende groeiscenario’s mogelijk. Een gevoeligheidsanalyse zou in dit kader uitkomst kunnen bieden. Maar van welke prognoseperiode dan uit te gaan? Vaak duurt het immers even voordat dergelijke ondernemingen hun eerste positieve resultaten laten zien. Vervolgens is de vraag relevant in hoeverre het realistisch is van een eeuwigdurende geldstroom uit te gaan voor dergelijke bedrijven. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde levensduur van een onderneming in een rap tempo terug loopt. E zijn voldoende voorbeelden te bedenken waarbij de houdbaarheid van concepten en strategieën niet voor de langere termijn vast te houden zijn.

Ook de te hanteren vermogenskostenvoet kan tot grote discussie leiden. Het risicoprofiel van startende bedrijven is immers vaak significant hoger dan dat van volwassen bedrijven. Investeerders rekenen met jaarlijkse rendementen van tussen de vijftien (investeringen in meer volwassen ondernemingen) tot wel vijfendertig procent (het financieren van starters). Tenslotte merken wij in de praktijk dat er regelmatig verwarring ontstaat over de pre- en post-money waarde van een onderneming. De pre-money waardering verwijst naar de waarde van de onderneming voordat er een kapitaalinjectie plaatsvindt. Bij de post-money waardering zit deze investering al verwerkt in de waarde.

Kortom, het waarderen van een start-up is vaak geen eenvoudige zaak. Bent u als start-up op zoek naar aanvullend kapitaal en bent u benieuwd hoe investeerders de waarde van uw onderneming bepalen, neemt u dan vooral contact met ons op.

Nieuwe SER Fusiegedragsregels 2015

In september 2015 heeft de Sociaal Economische Raad (SER) een herziene versie van de Fusiegedragsregels vastgesteld die op 1 oktober 2015 in werking is getreden. De vorige versie van deze regels stamde uit het jaar 2000. De Fusiegedragsregels beschermen de belangen van in een onderneming werkzame personen bij een voorgenomen fusie. Zij beogen te waarborgen dat bij het overwegen van een fusie de nodige aandacht aan de belangen van in de onderneming werkzame personen wordt besteed. De Fusiegedragsregels zijn van toepassing op voorgenomen fusies en overnames binnen het bedrijfsleven. Belangrijk is dat met ingang van 1 oktober 2015 de term ‘bedrijfsleven’ ruim wordt uitgelegd, waardoor de Fusiegedragsregels ook gelden voor de overheid, non-profitorganisaties en het vrije beroep.

Kern van de Fusiegedragsregels is dat de fusiepartijen de vakbonden tijdig in kennis stellen, informatie verstrekken en de gelegenheid bieden hun oordeel te geven vanuit het gezichtspunt van de in de onderneming werkzame personen. Met ‘tijdig’ wordt bedoeld: vóórdat overeenstemming over de fusie wordt bereikt. De fusiepartijen dienen hieraan op zodanige wijze uitvoering te geven dat het oordeel van de vakbonden van wezenlijke invloed kan zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie en op de modaliteiten daarvan. Zie ook: Wat en hoe? De fusiepartijen stellen de betrokken OR-en in de gelegenheid kennis te nemen van het oordeel van de vakbonden, zodat die OR-en daarmee rekening kunnen houden bij het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 25 WOR. Daarnaast moeten de fusiepartijen voordat zij een openbare mededeling over de voorbereiding of totstandkoming van een fusie doen, de vakbonden informeren over de inhoud daarvan.

Op het moment dat de vakbonden worden geïnformeerd over de voorgenomen fusie, moeten fusiepartijen het SER-secretariaat in kennis stellen van de fusie die in voorbereiding is. Partijen kunnen deze melding eenvoudig zelf doen door middel van een Meldingsformulier. Na ontvangst van een melding, stuurt het SER-secretariaat deze door aan de vakbonden. Ook nieuw is de mogelijkheid tot bemiddeling voor partijen die een klacht hebben over het niet naleven van de Fusiegedragsregels. Als vakbonden of fusiepartijen een klacht hebben over niet- of niet behoorlijke naleving van de regels, dan kunnen zij voortaan deze klacht indienen bij de Geschillencommissie Fusiegedragsregels. Partijen kunnen er ook voor kiezen gebruik te maken van de mogelijkheid tot bemiddeling.

Private Equity belangrijk voor Nederlandse ondernemingen

Uit recent halfjaarlijks onderzoek van KPMG naar de fusie- en overname-activiteiten in Nederland blijkt dat financiële investeerders een belangrijke rol blijven spelen voor Nederlandse ondernemingen. In de eerste zes maanden van dit jaar waren private equity partijen en venture capitalists goed voor 66 van de in totaal 236 fusies en overnames waarbij Nederlandse ondernemingen betrokken waren. Dat is bijna 30 procent van de transacties. Deze durfkapitalisten investeerden bovendien vooral om het overgenomen bedrijf verder te helpen.

In het eerste halfjaar van 2015 ging het bij 43 procent van de transacties om een ‘entry’, waarbij een financiële investeerder voor het eerst een belang verkrijgt in een onderneming. In 30 procent van de transacties was sprake van het verkopen van een bedrijf of ervan door een durfinvesteerder aan een andere onderneming vanuit een strategisch oogpunt. Bij de overige transacties – 27 procent – was sprake van een ‘secondary’. Hierbij werd een onderneming door een financiële investeerder doorverkocht aan een andere financiële investeerder.

In totaal werden in het eerste halfjaar van 2015 bijna 240 transacties geregistreerd met Nederlandse bedrijven als koper of verkoper. Dat is ruim 20 procent minder dan de 300 deals die in het tweede halfjaar van 2014 werden gesloten. Bij ruim 70 procent van de deals – 170 transacties – was sprake van een strategische overname tussen twee ondernemingen. Bij 27 procent van de strategische overnames waren zowel de koper als de verkoper Nederlands. Bij 36% van de deals ging het om een overname door een Nederlandse onderneming van een buitenlands bedrijf en 37 procent van de transacties had betrekking op een overname van  een Nederlandse onderneming door een buitenlands bedrijf.

Ondanks de voortdurende onzekerheid in de markt als gevolg van de recente ontwikkelingen op de Chinese aandelenbeurs, de onrust over het rentebesluit van de FED en de potentiële verdeeldheid binnen Europa als gevolg van o.a. de vluchtelingenproblematiek, verwacht KPMG dat het aantal fusies en overnames de komende periode wereldwijd onverminderd groot zal blijven. Als gekeken wordt naar de geprognosticeerde koers-winst verhoudingen bij de grootste ondernemingen in de wereld dan is sprake van een verwachte stijging. Ook het vermogen om een transactie te financieren zal in deze periode toenemen. Veel bedrijven hebben hun schuldposities aanzienlijk weten te verkleinen en zien hun financiële armslag steeds verder toenemen.

Luxe positie ondernemers die verkopen

Vanwege de hoge vraag naar bedrijven en bedrijfsonderdelen zitten ondernemers die verkopen in een luxe positie. De overnameprijzen worden hierdoor positief beïnvloed, maar dit heeft ook effect op de voorwaarden van overnames; met name op juridisch gebied. Het European M&A Intelligence Report van DLA Piper, een wereldwijde juridische dienstverlener, beschrijft in haar rapport de juridische elementen van overnames.

Door de hoge vraag neemt het aantal veilingen toe bij de verkoop van ondernemingen. Bij een veiling zijn er meerdere kopers die tegen elkaar opbieden. Hierdoor is er een grotere concurrentie, wat niet alleen een prijsopdrijvend effect heeft, maar zorgt er ook voor dat verkopers betere voorwaarden kunnen uitonderhandelen. Zo vervalt bij een kwart van de voltooide veiling deals al na een jaar het recht om commerciële garanties te kunnen verhalen op de verkoper. Bij niet-veiling deals is dat slechts zeven procent.

Het gat tussen wat een koper aan zekerheid eist en wat een verkoper aan garanties wil geven, is volgens DLA Piper de laatste jaren groter geworden. Dit gat kan gedicht worden door een verzekering af te sluiten. Als het dan mis gaat, vergoedt de verzekeraar de schade tot een bepaald bedrag. Vooral tussen verkopende private equity-investeerders, die na de verkoop bevrijd willen zijn van alle aansprakelijkheid, en strategische kopers, die juist zoveel mogelijk zekerheid willen, kunnen deze verzekeringen het verschil maken.

Er zit een duidelijk verschil in de manier waarop financiële partijen en strategen kopen en verkopen. Maar niet alleen het soort koper, ook tussen landen zit een verschil. Duitse en Britse partijen willen vaak tot 100% van de aankoopprijs kunnen claimen als blijkt dat er iets niet in orde is, terwijl Nederlanders genoegen nemen met veel minder. Nederlanders zien eventuele waardevermindering als het risico van een acquisitie.